Vervoer in Bilbao

Bilbao is klein genoeg om veel te lopen en goed genoeg aangesloten om de rest met het openbaar vervoer te doen. De stad heeft een metro, een tram, stadsbussen, streekbussen en een kabelbaan, en die werken allemaal met dezelfde vervoerskaart.

Op deze pagina staat hoe je vanaf de luchthaven in het centrum komt, welk vervoermiddel je waarvoor gebruikt en hoe je het goedkoopste reist.

Van de luchthaven naar het centrum

De luchthaven ligt bij Loiu, een kilometer of twaalf ten noorden van Bilbao. Voor de deur van de aankomsthal vertrekt de Bizkaibus met lijnnummer A3247 naar het centrum. Die bus rijdt ongeveer elk kwartier en doet er een half uur over, met haltes aan de Gran Vía, bij Plaza Moyúa en aan de Alameda Recalde, en als eindpunt het busstation Termibus.

De bus vertrekt vanaf de luchthaven van een uur of zes in de ochtend tot kort voor middernacht; in de andere richting stopt de dienst een stuk eerder op de avond. Kom je later aan, dan ben je op een taxi aangewezen, en die rit kost een veelvoud van het buskaartje.

Er rijdt geen metro naar de luchthaven. Wel gaan er rechtstreekse bussen naar San Sebastian en Vitoria-Gasteiz, wat handig is als Bilbao niet je eindbestemming is.

De metro van Bilbao

De metro opende in 1995 en heeft drie lijnen. Lijn 1 en lijn 2 lopen als een Y door het dal van de Nervión en delen het traject door het centrum; lijn 3 verbindt de hoger gelegen wijken in het oosten van de stad. Voor een bezoeker zijn vooral de stations Casco Viejo, Abando en Moyúa van belang, want daarvandaan loop je naar vrijwel alles toe.

De glazen ingangen van de stations zijn ontworpen door het bureau van Norman Foster en heten in de stad fosteritos. Ze zijn inmiddels net zo goed een bezienswaardigheid als een vervoersvoorziening.

De metro rijdt doordeweeks van zes uur in de ochtend tot elf uur in de avond, op vrijdag en voor feestdagen tot twee uur in de nacht, en in de nacht van zaterdag op zondag de hele nacht door. Een enkele rit kost afhankelijk van het aantal zones ongeveer twee euro als je zonder vervoerskaart reist.

Tram, bus en de kabelbaan

De tram van Euskotren rijdt met één lijn door het centrum, langs de Nervión en met haltes bij het Guggenheim, de markthal en het busstation. Het is het handigste vervoermiddel voor de route langs de rivier, en met ongeveer anderhalve euro per rit ook het goedkoopste railvervoer van de stad. Kaartjes koop je bij de automaat op het perron voordat je instapt.

De stadsbussen van Bilbobus komen op plekken waar metro en tram niet stoppen, bijvoorbeeld hoger in de wijken. Voor de meeste bezoekers zijn ze niet nodig.

De kabelspoorweg naar Artxanda is een klasse apart. In drie minuten sta je op de heuvel aan de noordkant van de stad, waar je het bekendste uitzicht over Bilbao hebt. Boven zijn een park, een paar restaurants en wandelpaden.

De Barik-kaart en de Bilbao Bizkaia Card

De Barik is de oplaadbare vervoerskaart van de regio en werkt op de metro, de tram, de bus en de kabelspoorweg. De kaart zelf kost een paar euro en je laadt er daarna tegoed op. Het voordeel zit in de ritprijs: met een Barik betaal je per rit een fractie van het losse kaartje, en je kunt de kaart met meerdere personen delen door bij het instappen aan te geven voor hoeveel reizigers je betaalt.

Blijf je twee of drie dagen en reis je veel, dan is de Bilbao Bizkaia Card het overwegen waard. Die is er voor 24, 48 of 72 uur, geeft onbeperkt gebruik van het openbaar vervoer en levert korting op bij een aantal musea en attracties. Reken zelf even uit of je aan de ritten komt, want wie vooral loopt haalt er de prijs niet uit.

Tarieven veranderen jaarlijks, dus controleer de actuele prijzen bij de automaat of op de site van de vervoerder voordat je een keuze maakt.

Lopen door de stad

Het belangrijkste vervoermiddel in Bilbao zijn je eigen benen. Van Casco Viejo naar het Guggenheim is het een wandeling van een klein half uur langs de rivier, en onderweg kom je de markthal, het stadhuis en de Zubizuri-brug tegen. De kades aan beide oevers zijn autovrij en vlak.

Wat je wel merkt is dat de stad tegen de heuvels op loopt. Wijken als Solokoetxe en Begoña liggen flink hoger dan het centrum, en daar helpen de openbare liften en roltrappen die de gemeente op verschillende plekken heeft aangelegd.

Hoe je de wandelingen het beste indeelt lees je bij de bezienswaardigheden van Bilbao en bij Casco Viejo, waar de meeste smalle straten liggen.