Budgettips voor Bilbao

Bilbao is geen dure stad, maar dat betekent niet dat het vanzelf goedkoop is. De grootste posten zijn het hotel en het eten, en op allebei valt te sturen zonder dat je iets van de stad mist.

Hieronder staat waar het geld naartoe gaat en welke keuzes het verschil maken, van het moment van boeken tot de manier waarop je aan tafel gaat.

Wanneer je boekt scheelt het meest

De hotelprijzen in Bilbao schommelen sterk. In juli en augustus en rond de Semana Grande in augustus betaal je het meest, en ook tijdens grote congressen en voetbalwedstrijden loopt de stad vol. In de winter, buiten de feestdagen om, is hetzelfde hotel regelmatig de helft goedkoper.

Doordeweeks slapen is in Bilbao meestal voordeliger dan in het weekend, omdat de stad naast toeristen ook zakelijke gasten trekt maar die het weekend juist wegblijven. Wie flexibel is, vertrekt op zondag en gaat op woensdag terug.

Voor de vlucht geldt hetzelfde patroon: vroeg boeken loont, en een vertrek midden in de week is vrijwel altijd goedkoper dan op vrijdag of zaterdag.

Eten en drinken voor weinig

Pintxos zijn de goedkoopste manier om goed te eten. Je rekent per stuk af, je kunt van bar naar bar en je hoeft nergens een heel menu te nemen. Reken op een paar euro per hapje; met een stuk of vier ben je verzadigd, en dan zit je nog ruim onder de prijs van een restaurant.

Het menú del día is de tweede besparing. Veel restaurants serveren doordeweeks tussen de middag een vast menu met voorgerecht, hoofdgerecht, brood en drinken voor een vaste prijs. Dat is het moment om uitgebreid te eten; ’s avonds kun je dan met pintxos toe.

Drink je koffie of een glas wijn aan de bar in plaats van op het terras, dan betaal je in veel zaken minder. Dat verschil staat op het bord bij de kassa. Meer over de eetcultuur staat bij eten en drinken in Bilbao.

Gratis en bijna gratis

Voor het Guggenheim betaal je achttien euro, maar kinderen en jongeren tot achttien jaar komen er gratis in en studenten en 65-plussers betalen de helft. Het gebouw zelf, met de hond van bloemen van Jeff Koons en de spin van Louise Bourgeois, bekijk je van buiten zonder een cent uit te geven.

Het Museo de Bellas Artes, het schone kunstenmuseum van de stad, is op vaste momenten gratis toegankelijk. Ook een aantal kleinere musea kent zulke uren; kijk dat na voordat je een dag indeelt.

Verder kost het mooiste van Bilbao niets: de wandeling langs de Nervión, de bruggen, de markthal, Plaza Nueva en de straten van Casco Viejo. Voor het uitzicht vanaf Artxanda betaal je alleen het ritje met de kabelbaan.

Vervoer en kaarten

Losse kaartjes voor metro, tram en bus zijn de duurste manier om te reizen. Met een Barik-kaart zakt de ritprijs fors, en die kaart kun je met meerdere mensen tegelijk gebruiken. Blijf je kort en loop je veel, dan heb je aan een paar losse ritten genoeg.

De Bilbao Bizkaia Card combineert onbeperkt vervoer met kortingen op musea. Dat verdient zich alleen terug als je echt veel onderweg bent, dus tel eerst je geplande ritten en museumbezoeken bij elkaar op.

Alle details over de kaarten en de tarieven staan op de pagina over vervoer in Bilbao.

Waar je niet op moet bezuinigen

De ligging van je hotel is het geld waard. Een adres in of vlak bij Casco Viejo of rond de Gran Vía bespaart je elke dag reistijd en ritjes, en dat weegt op tegen de paar tientjes die een hotel aan de rand goedkoper is.

Hetzelfde geldt voor de entree van het Guggenheim. Het is de reden dat je naar Bilbao gaat, en een audiotour of een rondleiding maakt het verschil tussen langs de zalen lopen en begrijpen wat je ziet.

En plan geen dag vol. Bilbao is een stad om in te zitten, en de beste uren zijn die waarin je aan een bar staat of over de kade loopt, niet die waarin je van attractie naar attractie rent.